Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sanctie
8.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
4(
vier) maanden.
[benadeelde 2]geleden schade tot een bedrag van
€ 630(zegge: zeshonderddertig euro), bestaande uit € 30 als vergoeding voor de materiële en € 600 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 21 juni 2020 tot aan de dag der algehele voldoening.
€ 630(zegge: zeshonderddertig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door nul dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 juni 2020 tot aan de dag der algehele voldoening.
[benadeelde 1]geleden schade tot een bedrag van
€ 1.341,45(zegge: duizend driehonderdeenenveertig euro en vijfenveertig eurocent), bestaande uit € 541,45 als vergoeding voor de materiële en € 800 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 21 juni 2020 tot aan de dag der algehele voldoening.