ECLI:NL:RBNHO:2020:10987
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot uitstel van voorwaardelijke invrijheidstelling ondanks recidiverisico
Betrokkene is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 730 dagen, waarvan de uitvoering op 26 augustus 2019 begon. De voorwaardelijke invrijheidstelling kan plaatsvinden op 24 december 2020. De officier van justitie verzocht om uitstel van deze invrijheidstelling met 120 dagen vanwege het hoge recidiverisico en de noodzaak van verdiepingsdiagnostiek.
Tijdens de zitting op 15 december 2020 verklaarde betrokkene bereid te zijn mee te werken aan verdiepingsonderzoek en ambulante behandeling. De reclassering bevestigde dat verdiepingsdiagnostiek noodzakelijk is om een passend plan van aanpak te kunnen opstellen. De rechtbank stelde vast dat het verzoek van het Openbaar Ministerie ontvankelijk was en dat het onderzoek naar de recidivekans relevant is.
De rechtbank oordeelde echter dat het uitstel alleen dient om verdiepingsdiagnostiek mogelijk te maken en dat betrokkene ook bereid is dit onderzoek na vrijlating te ondergaan. Daarom is niet gebleken dat voorwaarden onvoldoende het recidiverisico kunnen beperken. De rechtbank wees het verzoek tot uitstel af, maar bepaalde dat betrokkene op 24 december 2020 voorwaardelijk in vrijheid wordt gesteld onder de voorwaarde dat hij meewerkt aan het verdiepingsonderzoek.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot uitstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling af en bepaalt dat betrokkene op 24 december 2020 voorwaardelijk in vrijheid wordt gesteld.