Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 157,--
Rechtbank Noord-Holland
In deze internationale familierechtelijke kortgedingprocedure vordert de vrouw dat de man wordt veroordeeld tot afgifte van hun drie kinderen en de paspoorten binnen 36 uur, met een dwangsom en de mogelijkheid tot toepassing van lijfsdwang bij niet-nakoming. De kinderen verblijven feitelijk bij de man in het buitenland, terwijl hun gewone verblijfplaats sinds september 2017 in Nederland is, waar zij ook naar school gaan.
De vrouw baseert haar vordering op het feit dat de man de kinderen na een vakantie in het buitenland niet heeft teruggebracht en daarmee het ouderlijk gezag heeft onttrokken. De rechtbank oordeelt dat zij bevoegd is op grond van Brussel II-bis-verordening, omdat de gewone verblijfplaats van de kinderen Nederland is. De vrouw heeft naast de man het ouderlijk gezag, gelet op het toepasselijke Haags Kinderbeschermingsverdrag en Nederlands recht.
De voorzieningenrechter wijst de vorderingen toe, omdat de afgifte in het belang van de kinderen is en er sprake is van een spoedeisend belang. Lijfsdwang wordt als ultimum remedium toegestaan, beperkt tot maximaal 90 dagen. Ook de dwangsom voor de paspoorten wordt toegewezen, maar gematigd. De man wordt veroordeeld in de proceskosten van de vrouw.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot afgifte van de kinderen en paspoorten binnen 36 uur, met dwangsom en uitvoerbaarheid bij lijfsdwang voor maximaal 90 dagen.