Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen van [naam] en [naam] van 18 juni 2020 (dossierpagina’s 271 tot en met 275);
- een verslag van een deskundige, te weten een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid met nummer 2020.06.18.050 (aanvraag 002) van 8 juli 2020, opgemaakt door [deskundige] (dossierpagina’s 279 en 280).
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sanctie
[klinisch psycholoog] , klinisch psycholoog, gedateerd 15 oktober 2020. Uit dit rapport blijkt onder meer dat er bij verdachte geen stoornis of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens kan worden vastgesteld. Daarom wordt geadviseerd verdachte het tenlastegelegde volledig toe te rekenen. Voorts zie de psycholoog een matig risico op herhaling. Geconcludeerd wordt dat verdachte baat heeft bij externe structurering waardoor enige vorm van toezicht en/of begeleiding wenselijk zou zijn. De rapporteur adviseert een deels voorwaardelijke straf met reclasseringstoezicht. Dit is van belang voor de ontwikkeling en opvoeding van verdachte en bij eventueel te nemen beslissingen.
7.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
twaalf maanden, met bevel dat van deze straf een gedeelte,
groot zes maanden,
nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.
- veroordeelde zich meldt bij Reclassering Nederland, gevestigd te Wibautstraat 12, 1091 GM Amsterdam zo lang en zo frequent als de reclassering dit noodzakelijk acht en zich houdt aan de aanwijzingen van de Reclassering Nederland
- veroordeelde medewerking verleent aan hulpverlening van Levvel (R&B programma) of een soortgelijke instantie, zo lang als de reclassering dit noodzakelijk acht;
- veroordeelde een passende dagbesteding zal hebben.
(de rechtbank begrijpt: [adres] )[adres] te [plaats] . Verdachte houdt een object vast van onder andere plastic flessen. Verdachte loopt in de richting van een deur die toegang geeft tot het restaurant van het hotel. Verdachte houdt een hamer vast en draagt een gezichtsmasker. Verdachte slaat met de hamer het raam van de toegangsdeur in. Verdachte stapt door de opening van de toegangsdeur, ontstaan door het stuk slaan van het glas en plaatst het object van onder andere plastic flessen op de bar van het restaurant. Verdachte houdt een vlam nabij het object dat hij zojuist op de bar heeft geplaatst en het object vat vlam. Het lijkt alsof er in of op het object een lont is aangebracht die aangestoken wordt. Het object gaat heviger branden. Verdachte werpt de hamer in het kanaal de Zaan. Het object ontploft en het beeld wordt zwart. Enkele seconden later is brand zichtbaar in het restaurant. Door de ontploffing wordt het raamkozijn aan de oostelijke zijde van het hotel ontzet en wordt deze door de luchtdruk enkele meters naar buiten gedrukt. Door de ontploffing wordt het raamkozijn aan de zuidelijke zijde van het hotel ontzet en wordt deze door de luchtdruk naar buiten gedrukt.