ECLI:NL:RBNHO:2020:10690
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling juistheid afkoopsom lijfrente en revisierente in aanslag inkomstenbelasting 2017
Eiser heeft in 2017 zijn lijfrenteverzekering afgekocht met een waarde van €12.675, waarvan een deel van de premies niet was afgetrokken in voorgaande jaren. De Belastingdienst heeft de afkoopsom gecorrigeerd naar €7.781 door rekening te houden met €4.894 aan niet-afgetrokken premies en heeft hierover revisierente van 20% berekend.
Eiser betwist deze correctheid en stelt dat hij een hogere aftrek van niet-afgetrokken premies van €6.733 kan aantonen met aangiften uit 1998 en 2000, wat zou leiden tot een lagere afkoopsom en revisierente. De rechtbank oordeelt echter dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de aanvullende aftrek van €1.839 gerechtvaardigd is, omdat hij geen verifieerbare stukken zoals aanslagen kan overleggen.
De rechtbank stelt dat de bewijslast niet wordt verlicht door het ontbreken van deze documenten bij eiser en dat de Belastingdienst terecht het bedrag van €7.781 heeft gehanteerd. Ook de revisierente is volgens de rechtbank correct berekend op basis van artikel 30i van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag met afkoopsom lijfrente van €7.781 en revisierente van €1.556 wordt bevestigd.