Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
enovertuigend bewijs, bij gebreke waarvan vrijspraak van de gehele tenlastelegging dient te volgen.
Rechtbank Noord-Holland
Verdachte werd beschuldigd van poging tot afpersing en bedreiging van een slachtoffer op 17 december 2019 te Heemskerk, waarbij onder meer het versperren van de weg, tonen van een alarmpistool en achtervolging met een auto werden ten laste gelegd. De officier van justitie eiste negen maanden gevangenisstraf, waarvan drie voorwaardelijk.
De verdediging betwistte de betrouwbaarheid van de aangifte en stelde dat er onvoldoende bewijs was voor de betrokkenheid van verdachte, met name vanwege discrepanties in signalementen en schade aan het voertuig van het slachtoffer. De rechtbank concludeerde dat het bewijs onvoldoende was om verdachte te verbinden aan de tenlasteleggingen.
Daarom sprak de rechtbank verdachte integraal vrij van alle tenlastegelegde feiten. Tevens werd de vordering van het slachtoffer tot schadevergoeding afgewezen wegens de vrijspraak. Het vonnis werd gewezen door drie rechters, waarbij één rechter niet kon medeondertekenen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van poging tot afpersing en bedreiging wegens onvoldoende bewijs.