ECLI:NL:RBNHO:2020:10620
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning verlaagd na bezwaar en beroep
Eiser, huurder van een hoekwoning uit 1970 met een inhoud van ongeveer 326 m³ en een perceel van circa 220 m², maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €331.000 voor het kalenderjaar 2019. De bezwaaruitspraak van 12 augustus 2019 werd door eiser aangevochten.
Tijdens de zitting op 11 november 2020, waarbij partijen hun standpunten toelichtten, bereikten zij overeenstemming over een lagere waarde van €290.000. De rechtbank acht deze waarde juist en vernietigt de eerdere beschikking. Tevens wordt de aanslag onroerende-zaakbelastingen aangepast op basis van deze nieuwe waarde.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €1.572, en draagt verweerder op het betaalde griffierecht van €47 aan eiser te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter B. van Walderveen op 25 november 2020 en is voorlopig niet openbaar uitgesproken vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op €290.000 en de aanslag onroerende-zaakbelastingen verminderd.