Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 december 2020 in de zaak van tussen
Beslissing
Overwegingen
de aanvrager naar het oordeel van Onze Ministers met zijn ondernemingsplan niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij op basis van een deugdelijk financieel plan en onder adequate voorgenomen maatregelen ter beveiliging in staat is om met inachtneming van de paragrafen 5 en 6 van het Besluit op de locatie of beoogde locatie dan wel locaties of beoogde locaties onder gecontroleerde omstandigheden te voorzien in de bestendige productie van hennep of hasjiesj en een bestendige levering daarvan aan coffeeshophouders, in een representatief aanbod, en om bij aanvang van de uitvoering van het experiment te voorzien in de productie en levering van tenminste de bij besluit van Onze Ministers te bepalen hoeveelheid hennep, met tenminste tien variaties hennep of hasjiesj; en kan het worden afgewezen indien het advies van de burgemeester hiertoe aanleiding geeft.
In het besluit van 15 mei 2020 (Staatscourant 2020, 33137) hebben verweerders de minimale hoeveelheid hennep die bij aanvang van de uitvoering van het experiment moet kunnen worden geproduceerd bepaald op 6.500 kilogram hennep per jaar.