ECLI:NL:RBNHO:2020:10117
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting bedrijfspand wegens aanwezigheid gestolen auto-onderdelen
Verzoeker runt een autoschade-herstelbedrijf in een pand dat hij deelt met een andere ondernemer die handelt in gebruikte auto-onderdelen. Tijdens een controle op 30 september 2020 werden in het pand diverse auto-onderdelen aangetroffen die als gestolen waren geregistreerd. Verweerder, de burgemeester van Zaanstad, besloot het pand te sluiten voor de duur van zes maanden op grond van artikel 2:30b van de Apv vanwege ernstige verstoring van de openbare orde.
Verzoeker betoogde dat het merendeel van de gestolen onderdelen toebehoorde aan de andere huurder en dat slechts een klein deel van zijn voorraad betroffen, waarvan hij zich niet bewust was. Tevens stelde hij dat de sluiting disproportioneel was en hem en zijn gezin onevenredig zwaar zou treffen, mede door financiële problemen door de coronacrisis en persoonlijke omstandigheden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de aanwezigheid van diefstal afkomstige onderdelen ook aan verzoeker kan worden toegerekend en dat verwijtbaarheid niet vereist is voor de bevoegdheid tot sluiting. De maatregel is gericht op het doorbreken van criminele activiteiten en het beschermen van de openbare orde. De persoonlijke omstandigheden van verzoeker zijn onvoldoende zwaarwegend om de sluiting op dit moment op te heffen.
Wel werd opgemerkt dat verweerder reëel moet kijken naar voorstellen van verzoeker om herhaling te voorkomen en de sluiting eventueel eerder te beëindigen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van het bedrijfspand wordt afgewezen.