ECLI:NL:RBNHO:2020:10013
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde bovenwoning met geschil over onderhoudstoestand en ligging
De rechtbank Noord-Holland behandelde het beroep van de erven van een woningbezitter tegen de WOZ-waarde van een bovenwoning te [Z], vastgesteld op €238.000 voor het jaar 2019. Eisers stelden dat de waarde te hoog was vanwege de slechte ligging aan een drukke weg, slechte isolatie, verzakking en verouderde staat van de woning. Verweerder voerde aan dat de waarde juist was vastgesteld op basis van systematische vergelijking met vergelijkingsobjecten en dat rekening was gehouden met de matige kwaliteit en ligging.
Tijdens de zitting op 14 oktober 2020 werd het verzoek van eisers tot een descente afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing. De rechtbank oordeelde dat verweerder alle relevante stukken had overgelegd en dat de gehanteerde waardematrix met vergelijkingsobjecten voldoende was. De ligging aan drukke wegen en nabijheid van horeca was ook bij vergelijkingsobjecten aanwezig, waardoor het waardedrukkende effect was verdisconteerd.
De rechtbank stelde vast dat de woning een matige kwaliteit had en dat de verschillen in onderhoud en ligging voldoende waren meegenomen in de lagere m³-prijs. Het standpunt van eisers dat het reservefonds van de VVE niet in de WOZ-waarde mag worden opgenomen, werd bevestigd. Gezien deze overwegingen werd het beroep ongegrond verklaard en werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €238.000 wordt ongegrond verklaard.