ECLI:NL:RBNHO:2020:10010
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
WOZ-waarde woning bevestigd, recht op immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Eiseres betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van haar woning voor het jaar 2018, stellende dat deze te hoog was vastgesteld vanwege onder meer geluidsoverlast, privacyproblemen en specifieke objectkenmerken. Verweerder stelde dat met deze aspecten voldoende rekening was gehouden bij de waardebepaling, onderbouwd met een taxatierapport en waardematrix.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. De ligging, objectkenmerken en het afnemend grensnut waren volgens de rechtbank adequaat verwerkt in de waardering. De stellingen van eiseres werden onvoldoende onderbouwd bevonden om de waarde te verlagen.
Daarnaast deed eiseres een verzoek tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank stelde vast dat de termijn van twee jaar voor de uitspraak was overschreden met circa acht maanden zonder bijzondere omstandigheden. Daarom werd een schadevergoeding van €1.000 toegekend.
De rechtbank veroordeelde de Staat (Minister van Justitie en Veiligheid) tot betaling van deze vergoeding en de proceskosten van €525. Het beroep werd inhoudelijk ongegrond verklaard en het griffierecht van €46 werd aan eiseres vergoed.
De uitspraak werd gedaan door rechter G.H. de Soeten en griffier M.R. Marinus op 25 november 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard, met toekenning van €1.000 immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.