ECLI:NL:RBNHO:2019:9908
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw en onzekerheid nakoming
Schuldenaar verzocht op 9 april 2019 bij de rechtbank Noord-Holland om toepassing van de schuldsaneringsregeling. Tijdens de zitting van 31 oktober 2019 werd het verzoek inhoudelijk besproken. De rechtbank toetste of schuldenaar te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek en of hij zijn verplichtingen uit de regeling naar behoren zou nakomen.
Uit het dossier en de verweren van schuldeisers kwam naar voren dat schuldenaar onder meer een woning kocht op naam van zijn echtgenote terwijl hij aanzienlijke schulden had, bestuurder is van meerdere vennootschappen die ook schuldeiser zijn, en betrokken is bij een lopend rechtmatigheidsonderzoek dat nadelige gevolgen kan hebben. Schuldenaar slaagde er niet in aannemelijk te maken dat hij te goeder trouw was en dat hij zijn verplichtingen kan nakomen.
De rechtbank concludeerde dat schuldenaar onvoldoende inzicht gaf in zijn financiële situatie en economische belangen, en dat de schulden niet op verantwoorde wijze zijn aangegaan. Ook is onzekerheid over nakoming door het lopende onderzoek. Daarom wees de rechtbank het verzoek af op grond van artikel 288 lid 1 sub b en Pro c Faillissementswet.
Uitkomst: Het verzoek tot schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw en onzekerheid over nakoming.