ECLI:NL:RBNHO:2019:9861
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing inschrijftijdverlenging op grond van hardheidsclausule in huisvestingsverordening
Eiser, sinds mei 2017 ingeschreven als woningzoekende, woont sinds juli 2017 bij zijn ouders na een scheiding. Hij vroeg inschrijftijdverlenging aan om eerder voor zelfstandige woonruimte in aanmerking te komen, omdat zijn thuissituatie problematisch is en hij zijn kinderen niet bij zich kan huisvesten. Verweerder wees dit verzoek af omdat eiser niet voldoet aan de cumulatieve voorwaarden van artikel 9, lid 13 en 14 van de Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond, met name het ontbreken van een inwonend minderjarig kind.
Eiser stelde dat de hardheidsclausule van artikel 22 van Pro de verordening toegepast had moeten worden vanwege zijn moeilijke thuissituatie, de impact op de omgang met zijn kinderen en zijn status als Syrische vluchteling met een beperkt netwerk. De rechtbank oordeelde dat verweerder in redelijkheid kon besluiten de hardheidsclausule niet toe te passen, aangezien de situatie van eiser vergelijkbaar is met die van andere gescheiden ouders en er geen bewijs was dat eiser niet zelfstandig woonruimte kan vinden.
Verder concludeerde de rechtbank dat verweerder voldoende rekening had gehouden met de belangen van de kinderen en dat het beroep op artikel 3 IVRK Pro niet tot een ander oordeel leidt. Ten slotte wees de rechtbank het verzoek tot vergoeding van proceskosten af, omdat het primaire besluit niet herroepen was in de zin van artikel 7:15 Awb Pro. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de inschrijftijdverlenging wordt ongegrond verklaard.