ECLI:NL:RBNHO:2019:9860
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaald verzoek sociaal-medische urgentieverklaring gemeente Zaanstad
Eiser heeft herhaaldelijk een sociaal-medische urgentieverklaring aangevraagd bij de gemeente Zaanstad, welke steeds is afgewezen. De eerste aanvraag in januari 2017 werd geweigerd omdat eiser niet voldeed aan de voorwaarden uit de Huisvestingsverordening en de beleidsregels, onder meer omdat zijn kinderen bij de moeder wonen die een woning heeft. Tevens werd geoordeeld dat eiser zijn huisvestingsprobleem zelf kon oplossen.
Na een verkeersongeval in juni 2017 stelde eiser dat zijn fysieke en psychische toestand was verslechterd, en dat hij daarom alsnog in aanmerking zou moeten komen voor urgentie. Dit betoogde hij in zijn herhaalde aanvraag van juni 2018 en in de bezwaar- en beroepsprocedures.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat zijn medische situatie zodanig is verslechterd dat dit aanleiding geeft tot een andere beslissing. De overgelegde medische stukken tonen geen zodanige ernst dat urgentie gerechtvaardigd is. Ook is niet gebleken dat eiser niet meer in staat is zijn huisvestingsprobleem zelfstandig op te lossen. Het ontbreken van een nieuw medisch onderzoek door verweerder leidt niet tot een onzorgvuldige besluitvorming.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het herhaald verzoek om een sociaal-medische urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard.