Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
[slachtoffer]geleden schade tot een bedrag van
€ 4.157,47(vierduizendhonderdzevenenvijftig euro en zevenenveertig cent), bestaande uit € 1.657,47 als vergoeding voor materiële en € 2.500,00 als vergoeding voor immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 15 februari 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 4.157,47(vierduizendhonderdzevenenvijftig euro en zevenenveertig cent), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 51 (eenenvijftig) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 februari 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.
[slachtoffer 2]geleden immateriële schade tot een bedrag van
€ 750,00(zevenhonderdvijftig euro), en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 15 februari 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 2] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer 2]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 750,00(zevenhonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 februari 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.