Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
dodelijkletsel, hetzij door het slaan op het hoofd, hetzij door het wurgen, hetzij door een combinatie van beide, dat (medisch) ingrijpen vereist was teneinde het alsnog intreden van de dood te voorkomen. Het feit dat aangeefster tegen verdachte heeft gezegd dat zij zich niet goed voelde, dat zij dacht dat zij een inwendige bloeding had en dat zij naar het ziekenhuis wilde, doet daaraan niet af.
doodslag- niet is voltooid als gevolg van het vrijwillig terugtreden van verdachte. Het voorgaande betekent dat het onder primair bewezen verklaarde feit niet kan worden gekwalificeerd en dat verdachte in zoverre dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sanctie
8.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
achttien (18) maanden.
nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.
€ 5.000,--, als vergoeding voor de immateriële schade en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 januari 2019 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
100 dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 januari 2019 tot aan de dag der algehele voldoening.