ECLI:NL:RBNHO:2019:8359
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking persoonsgebonden budget Wmo 2015 wegens verblijf in buitenland
Eiser, die lijdt aan astma, eczeem en niet-aangeboren hersenletsel, kreeg op grond van de Wmo 2015 een persoonsgebonden budget (pgb) toegekend voor begeleiding, dagbesteding en hulp bij het huishouden. Na een melding dat eiser sinds 5 februari 2018 in het Nederlands Astmacentrum Davos (NAD) in Zwitserland verbleef, trok het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waterland het pgb per die datum in.
Eiser voerde aan dat de Wmo 2015 ook tijdens zijn tijdelijke verblijf in het buitenland van toepassing bleef en dat hij zijn verblijf had gemeld via een consulent. De rechtbank oordeelde echter dat eiser zijn inlichtingenplicht had geschonden door het verblijf niet tijdig zelf te melden, ondanks dat hem duidelijk was gemaakt dat een verblijf in het buitenland gevolgen zou hebben voor het pgb.
Verder stelde de rechtbank vast dat de zorg tijdens het verblijf in het NAD werd vergoed door de zorgverzekeraar en dat de extra begeleiding door ouders niet buiten de normale ouderlijke zorgtaken viel. Daarom was eiser vanaf 5 februari 2018 niet langer aangewezen op het pgb. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van het persoonsgebonden budget wegens verblijf in het buitenland is ongegrond verklaard.