ECLI:NL:RBNHO:2019:7085
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Blokkering en intrekking Participatiewet-uitkering wegens niet-nakoming inlichtingenplicht en verborgen vermogen
Eiser ontving sinds 15 december 2017 een uitkering op grond van de Participatiewet. Na een rechtmatigheidsonderzoek waarbij politie-informatie werd betrokken, werd vastgesteld dat eiser contant geld en verschillende soorten drugs in zijn woning had, evenals een auto die hij contant had gekocht. Verweerder blokkeerde daarop de uitkering en trok deze uiteindelijk in wegens het niet naleven van de inlichtingenplicht.
Eiser voerde aan dat de drugs en het geld niet van hem waren maar van een bedreiger, en dat hij de auto deels van spaargeld en deels geleend geld had gekocht. Hij stelde ook dat hij psychische klachten had waardoor hij zijn handelingen niet goed kon overzien. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het vermogen niet van hem was en dat hij zijn inlichtingenplicht had geschonden door het niet melden van spaargeld.
De rechtbank verwierp ook het subsidiaire standpunt dat de intrekking pas na de aankoopdatum van de auto had mogen plaatsvinden, omdat het contante geld al aanwezig was. Het beroep werd ongegrond verklaard en de blokkering en intrekking van de uitkering werden bevestigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de blokkering en intrekking van de PW-uitkering wegens niet-nakoming van de inlichtingenplicht.