ECLI:NL:RBNHO:2019:6844
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening urgentieverklaring niet-ontvankelijk verklaard
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd om een tijdelijke urgentieverklaring voor woningtoewijzing toe te kennen. De aanvraag voor de urgentieverklaring dateert van 21 mei 2019 en is nog niet beslist. De voorzieningenrechter constateert dat er geen lopende bezwaar- of beroepsprocedure is tegen het uitblijven van een beslissing, terwijl dit een vereiste is om een voorlopige voorziening te kunnen verzoeken.
Verzoeker heeft meerdere keren contact gehad met Het Vierde Huis, de instantie die namens verweerder de urgentieaanvragen behandelt. De reguliere beslistermijn van acht weken was op het moment van de zitting nog niet verstreken, en er was geen ingebrekestelling of beroep ingesteld wegens niet tijdig beslissen. De stelling van verzoekers gemachtigde dat verweerder onverwijld had moeten beslissen en dat een ingebrekestelling niet nodig was, wordt door de voorzieningenrechter niet gevolgd.
De voorzieningenrechter concludeert dat het verzoek niet-ontvankelijk is omdat niet is voldaan aan de procedurele vereisten. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 16 juli 2019 en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor een urgentieverklaring wordt niet-ontvankelijk verklaard.