Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 juli 2019 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van Castricum, verweerder.
Procesverloop
mr. [naam 1] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. T. van Wissen en S. Hoogland, beiden werkzaam bij de gemeente Castricum.
Overwegingen
In dit geval heeft niet de burgemeester maar verweerder – het college van burgemeester en wethouders – beslist op het verzoek om handhaving van eiser voor zover het de drank- en horecavergunning betreft en op het daartegen gerichte bezwaar. Het primaire en het bestreden besluit zijn dus onbevoegd genomen.
categorie 2.
€ 512,- en een wegingsfactor 1).
Beslissing
verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover daarbij is beslist op het verzoek om
mr. Y.R. Boonstra-van Herwijnen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
22 juli 2019.