Eiser heeft een huurovereenkomst gesloten met een huurprijs die oorspronkelijk onder de huurtoeslaggrens lag. Vanaf 1 juli 2015 vond een huurverhoging plaats waardoor de rekenhuur boven de toeslaggrens uitkwam, maar dit leidde niet tot wijziging van het huurcontract. Verhuurder heeft later met terugwerkende kracht de huurprijs aangepast aan de oorspronkelijk bedoelde lagere huurprijs en het te veel betaalde bedrag terugbetaald.
Verweerder (Belastingdienst) had de huurtoeslag voor 2016, 2017 en 2018 bij definitieve berekening op nihil gesteld omdat de rekenhuur boven de toeslaggrens lag. Eiser stelde dat hij recht heeft op huurtoeslag omdat de oorspronkelijke huurprijs onder de grens lag en de verhoging een vergissing was.
De rechtbank acht aannemelijk dat partijen de bedoeling hadden dat de huurprijs onder de toeslaggrens zou blijven en dat de terugwerkende aanpassing van de huurprijs door verhuurder dit bevestigt. Daarom oordeelt de rechtbank dat eiser recht heeft op huurtoeslag over de jaren 2016 tot en met 2018. Het beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten.