ECLI:NL:RBNHO:2019:5126
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Ziektewet-uitkering wegens verjaring na vijf jaar
Eiser diende een aanvraag in voor een Ziektewet-uitkering met terugwerkende kracht vanaf 2008, stellende dat hij destijds ten onrechte geen uitkering ontving en daardoor schade leed. Verweerder wees de aanvraag af op grond van het rechtszekerheidsbeginsel, dat financiële aanspraken jegens de overheid na vijf jaar niet meer afdwingbaar zijn. Eiser voerde aan dat hij niet eerder op de hoogte was van zijn recht en dat verweerder hem niet had geïnformeerd, waardoor verjaring niet aan hem kon worden tegengeworpen.
De rechtbank oordeelde dat niet is gebleken dat eiser zich eerder had ziek gemeld of recht had op een ZW-uitkering, noch dat er sprake was van een opeisbare vordering. Het vaste rechtspraakprincipe van de Centrale Raad van Beroep stelt dat na vijf jaar geen afdwingbaarheid meer bestaat, tenzij de wet anders bepaalt, wat hier niet het geval was. Ook waren er geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen, zoals ernstige medische redenen of hulpeloosheid.
Verder wees de rechtbank het verzoek tot vergoeding van reiskosten af, omdat vergoeding alleen mogelijk is als het bestreden besluit in bezwaar wordt herroepen, wat niet was gebeurd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag Ziektewet-uitkering is ongegrond verklaard wegens verjaring na vijf jaar.