ECLI:NL:RBNHO:2019:5032
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.M. van Dam
- Rechtspraak.nl
Wijziging kinderbijdrage na wijziging draagkracht zelfstandige ondernemer
De rechtbank Noord-Holland behandelde een verzoek tot wijziging van de kinderbijdrage na echtscheiding, waarbij de man, een zelfstandige ondernemer, verzocht de bijdrage te verlagen naar nihil of €25 per maand. De vrouw verzocht juist verhoging naar €205 per maand, gebaseerd op een kasstroombenadering.
De rechtbank stelde vast dat de behoefte van het minderjarige kind was vastgesteld op €254 per maand (geïndexeerd) en beoordeelde de draagkracht van partijen volgens het Tremarapport. De man stelde zijn draagkracht vast op basis van het gemiddelde bedrijfsresultaat van 2015, 2016 en 2017 (€14.436), terwijl de vrouw een hogere kasstroomberekening voorlegde.
De rechtbank volgde de aanbeveling dat voor kleine ondernemers een fiscale jaarrekening volstaat en verwierp de kasstroombenadering van de vrouw als onvoldoende onderbouwd. De draagkracht van de man werd vastgesteld op een netto besteedbaar inkomen van €1.174 per maand, wat resulteert in een draagkracht van minder dan €25 per maand.
Daarom werd de kinderbijdrage vastgesteld op het minimumbedrag van €25 per maand met ingang van 9 oktober 2018. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten door hoger beroep.
Uitkomst: De kinderbijdrage wordt vastgesteld op €25 per maand met ingang van 9 oktober 2018.