Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
€ 1024,-.
Rechtbank Noord-Holland
Verzoeker werd door het college van burgemeester en wethouders van Hollands Kroon gelast het gebruik van zijn bedrijfspand als woning te beëindigen onder dwangsom. Na bezwaar werd dit besluit gehandhaafd. Verzoeker stelde beroep in en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter constateerde dat de gemeenteraad het verzoek tot bestemmingsplanwijziging in behandeling had genomen en de wethouder formeel met verzoeker in gesprek was gegaan. Dit overleg kon mogelijk tot oplossingen leiden, waardoor het belang van verzoeker en zijn gezin om niet te hoeven verhuizen zwaarder woog dan het belang van handhaving.
Daarom werd het primaire besluit en het bestreden besluit geschorst tot de uitspraak op het beroep. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van verzoeker. De voorzieningenrechter zag geen aanleiding tot directe uitspraak op het beroep vanwege het lopende overleg.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.J. Maarleveld en griffier P.C. van der Vlugt op 14 mei 2019. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het besluit tot last onder dwangsom wordt geschorst totdat op het beroep is beslist.