Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 17 oktober 2018
- het proces-verbaal van comparitie van 18 maart 2019 en de daarin vermelde nader in het geding gebrachte stukken.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
De vader van eiseres opende een familierekening met een bedrag van €400.000 ten behoeve van zijn drie kinderen, waarbij moeder als beheerder was aangewezen. Na het overlijden van de vader werd de rekening door moeder opgeheven en het geld herbelegd in vastgoed zonder instemming van de kinderen. Eiseres vordert inzage en uitkering van haar deel van het vermogen.
De rechtbank stelt vast dat de familierekening en het beheer daarvan onlosmakelijk met elkaar verbonden waren. Door het opheffen van de rekening is het beheer geëindigd. Het aankopen van vastgoed wordt gezien als een daad van beschikking en niet van beheer. Er is geen bewijs dat de kinderen hebben ingestemd met de herbelegging.
De rechtbank wijst de vordering van eiseres toe tot betaling van €151.915,00, zijnde haar aandeel in het vermogen op het moment van opheffing van de rekening, vermeerderd met wettelijke rente vanaf dagvaarding. De overige vorderingen, waaronder inzage en dwangsommen, worden afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd vanwege de familieverhoudingen.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt moeder tot betaling van €151.915,00 aan dochter wegens beëindiging beheer familierekening en herbelegging vermogen.