Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
hij op of omstreeks 9 augustus 2018 te Haarlem opzettelijk brand heeft gesticht in de hotelkamer (met [kamernummer] ) in het [hotel] (filiaal: [adres] ) door open vuur (een brandende aansteker) in aanraking te brengen met toiletpapier en/of een handdoek, althans met een brandbare stof ten gevolge waarvan de inboedel (van hotelkamer met [kamernummer] ) geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, en daarvan gemeen gevaar voor de aangrenzende hotelkamer(s) en/of de inventaris van het [hotel] , in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor de overige aanwezige hotelgast(en) en/of het personeel van het [hotel] , in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de overig aanwezige hotelgast(en) en/of het personeel van het [hotel] , in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was;
hij op of omstreeks 9 augustus 2018 te Heemstede opzettelijk brand heeft gesticht (in een woning gelegen aan [adres] ) door open vuur (een brandende aansteker) in aanraking te brengen met terpentine en/of een fauteuil, althans met een brandbare stof
ten gevolge waarvan de inboedel (van die woning) geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, en daarvan gemeen gevaar voor de aangrenzende woning(en) en/of de inboedel van de woning (gelegen aan [adres] ) en/of de inboedel van de aangrenzende woning(en), in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor de omwonenden van die aangrenzende woning(en), in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de
omwonenden van die aangrenzende woning(en), in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was.
2.Voorvragen
3.Bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sancties
De rechtbank acht bovendien de reden dat verdachte is gekomen tot zijn daden – namelijk om te kunnen worden opgenomen – zeer zorgwekkend.
Om die reden zal de rechtbank volstaan met een gevangenisstraf die de duur van het voorarrest slechts in beperkte mate overtreft. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte een gevangenisstraf moet worden opgelegd van
302 dagenmet aftrek van voorarrest. Met de keuze van deze strafoplegging beoogt de rechtbank te realiseren dat verdachte gedetineerd blijft tot de datum waarop hij kan worden behandeld. De rechtbank acht een naadloze overgang tussen de detentie van verdachte en zijn vervolgtraject geboden, nu het recidiverisico als groot wordt ingeschat en het onwenselijk zou zijn als verdachte tussentijds onbehandeld in vrijheid zou komen.
9.Vordering benadeelde partij
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
302 dagen.