Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 mei 2019 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad, verweerder,
Procesverloop
.
Rechtbank Noord-Holland
Eiser diende op 30 september 2017 een aanvraag in voor funderingsherstel en bouwkundige uitbreidingen aan een pand. Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad verlengde de beslistermijn eenmaal met zes weken en vroeg om aanvullende gegevens, waardoor de beslistermijn werd opgeschort. Na ontvangst van de aanvullende gegevens op 1 januari 2018 liep de beslistermijn door en had het college uiterlijk op 6 februari 2018 moeten beslissen.
Het college nam echter geen tijdige beslissing, vroeg pas na het verstrijken van de termijn om opschorting en trok later de aanvraag in. Eiser maakte bezwaar tegen de weigering, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelt dat door het niet tijdig beslissen de omgevingsvergunning van rechtswege is verleend en dat het college niet bevoegd was het primaire besluit te nemen.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, herroept het primaire besluit en draagt het college op om binnen twee weken bekend te maken dat de vergunning van rechtswege is verleend. Daarnaast veroordeelt zij het college in de proceskosten en draagt zij het griffierecht aan eiser terug te betalen.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt het college op de omgevingsvergunning van rechtswege bekend te maken.