De rechtbank Noord-Holland behandelde op 30 april 2019 de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van bedreiging en vernieling. De bedreiging betrof een dreigend bericht aan een slachtoffer, maar de rechtbank sprak verdachte vrij omdat het bewijs onvoldoende betrouwbaar was; de aangeefster had het bericht zelf opgesteld en naar zichzelf gestuurd.
Voor de vernieling van een keukenraam op 2 augustus 2016 achtte de rechtbank verdachte wel wettig en overtuigend schuldig. De vernieling werd bewezen door verklaringen van het slachtoffer, een verbalisant en het aantreffen van de telefoon van verdachte op de plaats delict.
Hoewel de vernieling strafbaar is, legde de rechtbank geen straf of maatregel op, mede vanwege eerdere veroordelingen van verdachte en de strafoplegging in andere lopende zaken. De rechtbank volgde hiermee de eis van de officier van justitie.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige strafkamer, waarbij één rechter niet kon ondertekenen. De zaak werd verwezen door de politierechter en het vonnis bevatte een gedetailleerde motivering van bewijs en strafbaarheid.