ECLI:NL:RBNHO:2019:1981
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- L.J. Saarloos
- B. Liefting-Voogd
- M.S. Lamboo
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter in strafzaak doorrijden na ongeval
Verzoeker vroeg wraking van de rechter in een strafzaak over doorrijden na een ongeval, omdat hij meende dat de rechter onvoldoende aandacht had besteed aan het sepot van een eerdere zaak wegens rijden onder invloed en de gang van zaken rondom de inname en teruggave van zijn rijbewijs.
De rechter had de behandeling van de strafzaak aangehouden om nader onderzoek te verrichten, waaronder het horen van de zoon van verzoeker. Verzoeker vond dit onbegrijpelijk en meende dat de rechter partijdig was.
De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek niet gegrond was. De beslissing om de zaak aan te houden is een tussenbeslissing waartegen wraking niet mogelijk is. Er waren geen feiten of omstandigheden die objectief of subjectief een vermoeden van vooringenomenheid rechtvaardigden.
De wrakingskamer concludeerde dat de rechter onpartijdig had gehandeld en dat het verzoek tot wraking daarom werd afgewezen. De strafzaak wordt voortgezet onder een andere rechter.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.