ECLI:NL:RBNHO:2019:198
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- F. Kleefmann
- M.H.C.L. Bijvoet
- W.M.C. Schipper
- Rechtspraak.nl
Geen vrijstelling omzetbelasting voor terugkerende stookolie zonder bewijs van belastingdruk
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de vraag centraal of de vrijstelling van omzetbelasting voor terugkerende goederen, zoals opgenomen in artikel 7:26 van Pro de Algemene douaneregeling (Adr), van toepassing is op een hoeveelheid stookolie die terugkeert in het douanegebied van de Unie.
Eiseres, een onderneming gevestigd in Nederland, heeft een uitnodiging tot betaling (utb) ontvangen van de Belastingdienst/Douane wegens accijns en omzetbelasting over stookolie die zij had ingevoerd nadat deze was teruggekeerd in het douanegebied. De stookolie was eerder vanuit België uitgevoerd en vervolgens in Nederland weer binnengekomen. Eiseres stelde dat de levering van de stookolie aan een zeeschip viel onder het 0%-tarief voor omzetbelasting, waardoor er omzetbelasting op de terugkerende goederen zou drukken en zij recht had op vrijstelling.
De rechtbank oordeelt dat de stookolie in Nederland aan het douanetoezicht is onttrokken, hetgeen invoer vormt in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968. Voor toepassing van de vrijstelling moet eiseres aantonen dat er daadwerkelijk omzetbelasting drukt op de terugkerende goederen. Dit is niet gebeurd. De levering tegen het 0%-tarief betekent dat er geen omzetbelasting verschuldigd was, maar wel voorbelasting in aftrek kon worden gebracht, waardoor er geen belastingdruk is. Daarom is de vrijstelling niet van toepassing en wordt het beroep ongegrond verklaard.
De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de opgelegde utb. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak is gedaan door de meervoudige douanekamer van de rechtbank Noord-Holland op 17 januari 2019.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiseres niet heeft aangetoond dat omzetbelasting drukt op de terugkerende stookolie.