Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 29 augustus 2018
- het proces-verbaal van comparitie van 30 januari 2019.
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft een voormalig wethouder die de gemeente Zandvoort aansprakelijk stelde wegens onrechtmatig handelen. Hij stelde dat de gemeente hem onterecht tot ontslag heeft gedwongen en zijn reputatie heeft beschadigd door onjuiste berichtgeving in de pers. De wethouder vorderde een verklaring voor recht, rectificatie en schadevergoeding.
De rechtbank onderzocht de feiten rondom het project Watertorenplein, waarbij de wethouder contact had met betrokken architectenbureaus en de eigenaar van het pand. Uit onderzoek en rapporten bleek dat de wethouder meer contact had dan strikt noodzakelijk, wat de schijn van belangenverstrengeling wekte. Echter, er was geen bewijs dat de besluitvorming daadwerkelijk werd beïnvloed of dat de gemeente hem tot ontslag dwong.
Ook de persverklaringen en berichtgeving werden beoordeeld. De rechtbank oordeelde dat deze niet onrechtmatig waren en geen onterechte beschuldiging van gebrek aan integriteit inhielden. Het verzoek tot rectificatie en schadevergoeding werd daarom afgewezen.
De wethouder werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis bevestigt dat de gemeente zorgvuldig heeft gehandeld en dat het ontslag van de wethouder vrijwillig was.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de voormalig wethouder af wegens ontbreken van onrechtmatig handelen door de gemeente.