ECLI:NL:RBNHO:2019:1216
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens handel in softdrugs
De burgemeester van Haarlem sloot op 20 december 2018 een woning voor zes maanden op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet. Dit volgde op een politieonderzoek na een woningoverval waarbij 42,7 kilogram hennep, 5,4 kilogram hasj, een vuurwapen, munitie en een groot geldbedrag werden aangetroffen. Verzoekers maakten bezwaar tegen het besluit en vroegen om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat artikel 13b van de Opiumwet toepassing vindt indien drugs aanwezig zijn die bestemd zijn voor verkoop, aflevering of verstrekking. De aangetroffen hoeveelheid softdrugs overschrijdt ruimschoots de handelshoeveelheid en verzoekers konden niet aannemelijk maken dat de drugs niet voor handel bestemd waren. Ook de woningoverval door vier gewapende mannen versterkte het ernstige karakter van de situatie.
Hoewel verzoekers stelden dat de maatregel disproportioneel was en met name de huurster zwaar trof, oordeelde de voorzieningenrechter dat de burgemeester in redelijkheid tot sluiting kon besluiten. De sluiting wordt niet als een punitieve sanctie gezien maar als een maatregel ter beëindiging en voorkoming van overtredingen van de Opiumwet. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning op grond van artikel 13b Opiumwet wordt afgewezen.