ECLI:NL:RBNHO:2019:1135
Rechtbank Noord-Holland
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verlof conservatoir beslag wegens onvoldoende onderbouwing betalingsonwil en onmacht
Verzoekster, een besloten vennootschap, vordert een bedrag van €1.400.789,37 van gerekwestreerde, eveneens een besloten vennootschap, op grond van een overeenkomst uit 2012 waarbij saleswerkzaamheden werden verricht. Gerekwestreerde heeft reeds €1.137.465,51 betaald en alle onkosten voldaan, maar betwist het resterende bedrag van €263.323,86.
Verzoekster vraagt verlof voor conservatoir derdenbeslag onder vijf derden om haar vordering veilig te stellen, stellende dat sprake is van betalingsonwil en betalingsonmacht. Zij baseert dit op verklaringen van gerekwestreerde en vermoedens dat onderhoudsvergoedingen worden ‘weggesluisd’. De voorzieningenrechter oordeelt dat betwisting van de vordering onvoldoende is om betalingsonwil aan te nemen en dat er geen aanwijzingen zijn voor het wegsluizen van gelden.
Daarnaast wordt het argument van betalingsonmacht verworpen omdat gerekwestreerde meer dan 80% van de vordering heeft voldaan. De voorzieningenrechter concludeert dat de noodzaak voor conservatoir beslag onvoldoende is onderbouwd en wijst het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek tot verlof voor conservatoir derdenbeslag wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van betalingsonwil en betalingsonmacht.