ECLI:NL:RBNHO:2019:11265
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig bewijs brandstichting in woning en schuur te Purmerend
Verdachte werd beschuldigd van twee gevallen van brandstichting in Purmerend, waarbij respectievelijk een woning en een schuur met daarin een kinderwagen gedeeltelijk verbrandden. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 26 maanden.
De rechtbank stelde vast dat bij beide incidenten brandstichting had plaatsgevonden, maar dat het wettig bewijs ontbrak om verdachte als dader aan te wijzen. Forensisch bewijs en camerabeelden boden geen concrete aanwijzingen voor zijn daderschap, en verklaringen van verdachte werden niet als voldoende bewijs van schuld gezien.
De rechtbank verwierp het standpunt van de officier van justitie dat verdachte loog of ongeloofwaardig was, en merkte op dat bepaalde aanwijzingen niet nader waren onderzocht. De camerabeelden waren van slechte kwaliteit en lieten ruimte voor alternatieve scenario's.
Gelet op het ontbreken van overtuigend bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij van beide ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig bewijs voor de brandstichtingen.