ECLI:NL:RBNHO:2019:10624
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- W.J. van Andel
- T.S. Röell
- J.J. Dijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wraking rechter wegens vermeende vooringenomenheid
Op 31 oktober 2019 heeft verzoeker tijdens een zitting bij de rechtbank Noord-Holland een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter in de hoofdzaak. Verzoeker stelde dat de rechter vooringenomen was omdat deze de visie van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming (GI) eenvoudig had overgenomen en hem onvoldoende spreektijd had gegeven.
De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld en zowel verzoeker, de rechter als de vertegenwoordiger van de GI gehoord. De rechter gaf aan dat verzoeker juist voldoende tijd had gekregen, ook extra spreektijd toen verzoeker aangaf zich niet gehoord te voelen. De GI bevestigde deze weergave.
De wrakingskamer overwoog dat de beslissing van de rechter om de zitting te beëindigen een processuele bevoegdheid betreft en geen grond voor wraking kan vormen. Er was geen sprake van feiten of omstandigheden die objectief of subjectief wijzen op vooringenomenheid. Het verzoek tot wraking werd daarom afgewezen.
De griffier werd opgedragen een gewaarmerkt afschrift van de beslissing aan alle betrokkenen toe te zenden en het proces in de hoofdzaak werd voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de rechter is afgewezen wegens het ontbreken van aanwijzingen voor vooringenomenheid.