ECLI:NL:RBNHO:2019:10621

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
16 juli 2019
Publicatiedatum
23 december 2019
Zaaknummer
C/15/289215 HA RK 19-115
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 37 RvArt. 39 lid 4 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens ontbreken feiten en omstandigheden

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter in een bij de rechtbank Noord-Holland aanhangige handelszaak. Hij gaf echter geen feiten of omstandigheden aan die het vermoeden konden wekken dat de rechter niet onpartijdig of onafhankelijk zou zijn.

De rechtbank vroeg verzoeker om het verzoek nader toe te lichten en om verhinderdata door te geven, maar verzoeker reageerde niet. Op grond van artikel 37 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering moet een wrakingsverzoek worden onderbouwd met feiten en omstandigheden die het vermoeden van partijdigheid rechtvaardigen, en moet het verzoek tijdig worden ingediend.

Omdat verzoeker niet aan deze vereisten voldeed, verklaarde de rechtbank het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk zonder behandeling ter zitting. Tevens werd een wrakingsverbod opgelegd voor toekomstige verzoeken in deze hoofdzaak vanwege misbruik van het wrakingsrecht. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die was voor het wrakingsverzoek.

Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van feiten en omstandigheden en wrakingsverbod opgelegd.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

[jw.sys.1.zaaknr] / [jw.sys.1.rolnummer_rekestnr][datum_beslissing]
Wrakingskamer
zaaknummer / rekestnummer: C/15/289215 HA RK 19-115
Beslissing van 16 juli 2019
Op het verzoek tot wraking ingediend door:
[verzoeker] ,
wonende te Aerdenhout,
verzoeker,
gemachtigde: mr. P.H.J. Körver.
Het verzoek is gericht tegen:
mr. S.N. Schipper,
hierna te noemen: de rechter.

1.Procesverloop

1.1
Verzoeker heeft bij brief van 28 mei 2019 de wraking verzocht van de rechter in de bij deze rechtbank, team Handel, Kanton & Insolventie, locatie Haarlem aanhangige zaak met als zaaknummer 7120979 / CV EXPL 18-6670, hierna te noemen: de hoofdzaak. De rechter heeft niet in de wraking berust. De griffier heeft bij brief van 3 juni 2019 verhinderdata opgevraagd bij verzoeker en verzocht het wrakingsverzoek nader toe te lichten. Verzoeker heeft hierop niet gereageerd.

2.Het standpunt van verzoeker

2.1
Verzoeker heeft in zijn brief van 28 mei 2019 de rechtbank ervan op de hoogte gesteld dat hij een wrakingsverzoek indient tegen mr. S.N. Schipper. Hij heeft in zijn brief niet toegelicht waardoor volgens hem de rechterlijke onafhankelijkheid schade zou kunnen leiden.

3.De beoordeling

3.1
Verzoeker dient op grond van artikel 37 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering opgave te doen van de feiten en omstandigheden die het vermoeden wettigen dat de rechter bij de behandeling van de zaak niet onpartijdig of niet onafhankelijk zal zijn. Ingevolge dat zelfde artikel moet het verzoek worden gedaan zodra de feiten of omstandigheden die leiden tot de wraking aan de verzoeker bekend zijn geworden en moeten deze tegelijk worden voorgedragen.
3.2
Verzoeker heeft aan deze vereisten niet voldaan.
3.3
De rechtbank zal daarom overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 9.1 sub b, in samenhang met paragraaf 4.1 van het wrakingsprotocol van deze rechtbank (zie: https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/Wrakingsprotocol-rechtbank-Noord-Holland.pdf) verzoeker, zonder behandeling ter zitting, kennelijk niet-ontvankelijk verklaren in zijn verzoek tot wraking van de rechter.
3.4
De rechtbank ziet tevens aanleiding om toepassing te geven aan artikel 39 lid 4 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, omdat gelet op de lichtvaardige wijze waarop verzoeker tot het wrakingsverzoek is overgegaan zonder zijn verzoek toe te lichten, gebleken is van misbruik van het rechtsmiddel wraking.

4.Beslissing

De rechtbank
4.1
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek,
4.2
bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in de hoofdzaak niet in behandeling wordt genomen,
4.3
beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker, de rechter en de wederpartij in de hoofdzaak een voor eensluidende gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden,
4.4
beveelt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek.
Deze beslissing is gegeven door mr. W.J. van Andel, voorzitter, mr. J.J. Dijk en mr. E.J. van Keken, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van mr. H.W.A. Huijzer, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2019.[concipiënt_initialen]
griffier voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.