Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- de dagvaarding van 11 januari 2019 met producties,
- de conclusie van antwoord tevens (voorwaardelijke) eis in reconventie met producties,
- het tussenvonnis van 20 maart 2019 waarin een comparitie van partijen is bepaald,
- het proces-verbaal van comparitie van 1 juli 2019 en de daarin genoemde stukken,
- de faxbrief van mr. Wemmers van 16 juli 2019 en die van mr. Sweens van dezelfde datum naar aanleiding van het proces-verbaal.
2.De feiten
uw eerder mondeling en per mail medegedeelde visie op die verdelingverstrekt en waar nodig voorzien van stukken. (…)