ECLI:NL:RBNHO:2018:9645
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen toestemming rechtbank nodig voor opname minderjarige met geschorst gezag van een ouder
De rechtbank Noord-Holland behandelde een verzoek tot voorlopige machtiging voor opname van een minderjarige in een psychiatrisch ziekenhuis. De minderjarige lijdt aan een posttraumatische stressstoornis met dissociatieve klachten en vormt een gevaar voor zichzelf en anderen. De moeder en de minderjarige zelf stemden in met opname, maar de vader, die mede het gezag heeft, is onvindbaar en vermoedelijk in het buitenland.
De wet Bopz vereist doorgaans een rechterlijke machtiging bij opname als ouders met gezag het niet eens zijn. De raadsman van de minderjarige stelde dat vanwege het ontbreken van instemming van de vader en diens onvindbaarheid het gezag van de vader geschorst is op grond van het Burgerlijk Wetboek. Hierdoor oefent de moeder het gezag alleen uit.
De rechtbank bevestigde dat de vader door zijn afwezigheid en onvindbaarheid niet kan instemmen en dat de moeder daarom alleen het gezag uitoefent. Omdat de moeder en de minderjarige instemmen met opname, is geen voorlopige machtiging vereist. Het verzoek tot machtiging werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige machtiging voor opname wordt afgewezen omdat de moeder als enige gezaghebbende ouder instemt met opname en het gezag van de vader geschorst is wegens onvindbaarheid.