Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.InleidingOp 26 maart 2017 wordt het levenloze lichaam van [slachtoffer] in haar woning in Zaandam aangetroffen. Zij is door een misdrijf om het leven gekomen.
4.Bewijs
- Tweemaal voorafgaand aan de autorit van de medeverdachten richting Zaandam;
- Driemaal na aankomst van de medeverdachten in Zaandam;
- Eenmaal terwijl beide medeverdachten zich bevinden in de [adres] te Zaandam.
- Eenmaal voorafgaand aan de autorit van de medeverdachten richting Zaandam;
- Eenmaal na aankomst van de medeverdachten in Zaandam en tijdens het binnenlopen van beide medeverdachten in de [adres] te Zaandam;
- Eenmaal kort nadat beide medeverdachten de [adres] te Zaandam verlaten (en [slachtoffer] reeds van het leven is beroofd in haar woning);
- Eenmaal nadat [verdachte A] weer thuis in Amstelveen is.
5.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straf
8.Beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen
9.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
- Reiskosten € 421,51
- Parkeerkosten € 24,07
- Telefoonkosten € 58,52
- Vliegticket en vervoer naar vliegveld € 242,90
- Eigen bijdrage kosten psycholoog € 131,09
- Ziektekosten € 8,69
- Verzorging huisdieren € 185,00
- Kosten aanvaarden erfenis € 122,00
- Uitvaartkosten € 1.474,75
- PostNL nabestaandenservice € 36,95
- Facturen voldaan ten behoeve van [slachtoffer] € 455,51
- Doorlopende kosten van rekening [slachtoffer] € 643,04
- Toekomstige schade € 2.000,00
- Immateriële schade € 17.500,00
- Shockschade € 20.000,00
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
8 (acht) jaar.
€ 1.506,15 (vijftienhonderd zes euro en vijftien cent), bestaande uit vergoeding voor de materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 maart 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde partij] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
€ 194,95 (honderdvierennegentig euro en vijfennegentig cent), en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.
25 (vijfentwintig) dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 maart 2017 tot aan de dag der algehele voldoening.