ECLI:NL:RBNHO:2018:9413
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking kinderrechter in familierechtelijke zaak afgewezen
Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen de kinderrechter die betrokken was bij hun familierechtelijke zaak, stellende dat zij vooringenomen en partijdig zou zijn vanwege een eerdere beschikking waarin onderzoeksvragen onbeantwoord bleven en een oordeel over het perspectief van de minderjarige werd gegeven.
De kinderrechter had in een beschikking van 18 juni 2018 de uithuisplaatsing van de minderjarige verlengd en daarbij expliciet aan de gezinsvoogdijinstelling gevraagd de onderzoeksvragen te beantwoorden. De kinderrechter verwees het verdere besluit over verlenging door naar de meervoudige kamer.
De wrakingskamer oordeelde dat er geen objectieve of subjectieve aanwijzingen zijn voor onpartijdigheidsschending. Het eerdere besluit van de kinderrechter was gemotiveerd en hield rekening met het belang van de minderjarige. Het verzoek tot wraking werd daarom afgewezen en de hoofdzaak wordt voortgezet onder de voorzitter van het team Familie & Jeugd.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de kinderrechter is afgewezen wegens ontbreken van aanwijzingen voor vooringenomenheid of partijdigheid.