ECLI:NL:RBNHO:2018:9146
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding noodzakelijke kosten buddyhond op grond van vertrouwensbeginsel
Eiseres, een voormalig politiemedewerker met erkende beroepsgerelateerde PTSS, kreeg een buddyhond in bruikleen van het KNGF. Verweerder, de korpschef van politie, weigerde vergoeding van kosten boven € 1.000,- per jaar, met uitzondering van noodzakelijke medische kosten. Eiseres stelde dat haar bij het verkrijgen van de buddyhond was toegezegd dat alle noodzakelijke kosten zouden worden vergoed, en beroept zich op het vertrouwensbeginsel.
De rechtbank oordeelt dat de mededeling in het ontslagbesluit van 7 april 2017 een ondubbelzinnige toezegging vormt waarop eiseres gerechtvaardigd mocht vertrouwen. Verweerder kon niet aantonen dat eiseres tijdig en duidelijk was geïnformeerd over het maximum van € 1.000,-. De interne werkinstructie waarop verweerder zich beroept, is niet vastgesteld door het bevoegde gezag en niet op de voorgeschreven wijze gepubliceerd, zodat deze niet als beleidsregel kan gelden.
De rechtbank concludeert dat verweerder het beroep op het vertrouwensbeginsel moet honoreren en dat de vergoeding van noodzakelijke kosten voor de buddyhond niet mag worden beperkt tot € 1.000,- per jaar. Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens worden verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd, met opdracht tot een nieuw besluit en vergoeding van proceskosten en griffierecht.