ECLI:NL:RBNHO:2018:892

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
7 februari 2018
Publicatiedatum
6 februari 2018
Zaaknummer
6101730 \ CV EXPL 17-5859
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 lid 1 sub a Verordening 261/2004Art. 5 lid 3 Verordening 261/2004Art. 7 lid 1 sub b Verordening 261/2004Art. 8 lid 1 sub b Verordening 261/2004Art. 9 Verordening 261/2004
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Compensatie en verzorgingskosten bij vluchtannulering door sneeuwval niet volledig uitgesloten

De passagiers sloten een vervoersovereenkomst met Turkish Airlines voor een vlucht van Amsterdam naar Nairobi via Istanbul op 7 januari 2017. Door zware sneeuwval in Istanbul werd de vlucht geannuleerd en uiteindelijk vertrokken zij pas op 11 januari, vier dagen later dan gepland.

De passagiers vorderden compensatie en verzorgingskosten op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004. Turkish Airlines verweerde zich met het beroep op buitengewone omstandigheden en stelde dat ondanks inzet van alle beschikbare middelen annulering onvermijdelijk was.

De rechtbank oordeelde dat de sneeuwval een buitengewone omstandigheid is, maar dat Turkish Airlines niet aannemelijk heeft gemaakt dat annulering onvermijdelijk was, mede omdat alternatieve routes mogelijk waren. Daarom werd de compensatie toegewezen.

Ook de verzorgingskosten werden toegewezen omdat Turkish Airlines onvoldoende aan haar verzorgingsplicht had voldaan. De vordering van buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.

De rechtbank veroordeelde Turkish Airlines tot betaling van €1.864,30 plus wettelijke rente en proceskosten, en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Turkish Airlines is veroordeeld tot betaling van compensatie en verzorgingskosten wegens vluchtannulering door sneeuwval.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht
Sectie Kanton - locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 6101730 \ CV EXPL 17-5859
Uitspraakdatum: 7 februari 2018
Vonnis in de zaak van:

1.[eiser]

2.
[eiser]
handelend voor zichzelf en als wettelijk vertegenwoordiger van hun minderjarige kind
[naam kind]allen wonende te [woonplaats]
eisers
hierna gezamenlijk te noemen de passagiers
gemachtigde mr. E.L. Curfs-Van der Laan
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
Limited Company (Turkije) Turk Havayollari A.O.
h.o.d.n. Turkish Airlines
statutair gevestigd te Ankara, kantoorhoudende te Schiphol,
gedaagde
hierna te noemen Turkish Airlines
gemachtigde mr. G.J. Wilts

1.Het procesverloop

1.1.
De passagiers hebben bij dagvaarding van 15 juni 2017 een vordering tegen Turkish Airlines ingesteld. Turkish Airlines heeft schriftelijk geantwoord.
1.2.
De passagiers hebben hierop schriftelijk gereageerd, waarna Turkish Airlines een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2.De feiten

2.1.
De passagiers zijn met de reismaatschappij Vliegtickets.nl een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Turkish Airlines de passagiers zou vervoeren van Amsterdam naar Istanbul op 7 januari 2017 (vluchtnummer TK1958) met vertrektijd 14:40 uur en vervolgens op dezelfde dag van Istanbul naar Nairobi (vluchtnummer TK0607) met vertrektijd 21:35 uur hierna: de vlucht.
2.2.
De vlucht met vluchtnummer TK1958 is geannuleerd, waarna de passagiers zijn overgeboekt naar een vlucht op 9 januari 2017. Ook deze vlucht is geannuleerd. Uiteindelijk zijn de passagiers op 11 januari 2017 vertrokken en vier dagen later dan oorspronkelijk gepland op hun eindbestemming aangekomen.
2.3.
De passagiers hebben in verband met de annulering van de vlucht compensatie van Turkish Airlines gevorderd op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening).
2.4.
Turkish Airlines heeft geweigerd tot betaling over te gaan.
2.5.
Passagiers sub 1 en 2 zijn door de kantonrechter gemachtigd de onderhavige procedure namens hun minderjarige kind (passagier sub 3) te voeren.

3.De vordering

3.1.
De passagiers vorderen dat Turkish Airlines bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
- een bedrag van € 1.800,00 aan compensatie en een bedrag van € 64,30 aan verzorgingskosten, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 21 maart 2017 dan wel de dag van de dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening;
- € 220,92 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten en de nakosten.
3.2.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat Turkish Airlines wegens de annulering van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van Pro de Verordening tot een bedrag van € 600,00 per passagier. Daarnaast vorderen de passagiers betaling van € 64,30 aan verzorgingskosten die zij door de annulering van de vlucht hebben moeten maken.

4.Het verweer

4.1.
Turkish Airlines betwist de vordering. Er was op 7 januari 2017 sprake van zware sneeuwval in Istanbul, waardoor de luchthaven niet of niet volledig operationeel was. Hierdoor is de vlucht van de passagiers geannuleerd. Onder verwijzing naar overweging 14 van de preambule van de Verordening stelt Turkish Airlines zich op het standpunt dat er in dit geval sprake is van een buitengewone omstandigheid die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen kon worden, waardoor zij niet verplicht is om compensatie te betalen. Turkish Airlines heeft voorts met inzet van alle beschikbare materiële en personeelsmiddelen niet kunnen vermijden dat de sneeuwval tot annulering van de vlucht leidde. In dit verband heeft Turkish Airlines aangevoerd dat zij heeft geprobeerd alternatieven voor de passagiers te vinden. De passagiers zijn omgeboekt naar vlucht TK 1958 en TK 607 op 9 januari 2017. Er waren geen andere vluchten beschikbaar tussen 7 en 9 januari 2017. Nadat de vlucht van 9 januari 2017 door de aanhoudende sneeuwval ook was geannuleerd, heeft Turkish Airlines de passagiers omgeboekt naar de eerstvolgende vlucht op 11 januari 2017.
4.2.
Turkish Airlines meent voorts niet gehouden te zijn de gevorderde verzorgingskosten te vergoeden. Zij voert aan dat het haar standaardbeleid is bij een vertraging aan passagiers consumptievouchers ter waarde van € 15,00 per persoon aan te bieden. Bovendien heeft Turkish Airlines aangeboden de gemaakte bel- en benzinekosten te vergoeden, maar de passagiers hebben dit aanbod niet aanvaard.

5.De beoordeling

5.1.
Tussen partijen staat niet ter discussie dat de Nederlandse rechter, meer specifiek de kantonrechter te Haarlem, bevoegd is kennis te nemen van het onderhavige geschil. De kantonrechter acht zich daarom op grond van artikel 26 van Pro de Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken bevoegd om van de onderhavige vordering kennis te nemen.
5.2.
Vast staat dat de vlucht van de passagiers is geannuleerd, zodat Turkish Airlines op grond van de Verordening in beginsel gehouden is de compensatie als bedoeld in de Verordening te voldoen. Dit is anders indien Turkish Airlines kan aantonen dat de annulering het gevolg is van buitengewone omstandigheden. Gelet op het arrest Wallentin-Hermann
(C-549/07) van het Hof van 22 december 2008 dient Turkish Airlines in het voorkomende geval ook aan te tonen dat zij zelfs met de inzet van alle beschikbare materiële en personeelsmiddelen kennelijk niet had kunnen vermijden - behoudens indien hij op het relevante tijdstip onaanvaardbare offers uit het oogpunt van de mogelijkheden van haar onderneming had gebracht - dat de buitengewone omstandigheden waarmee zij werd geconfronteerd tot annulering van de vlucht leidden.
5.3.
Turkish Airlines heeft zich beroepen op overweging 14 van de considerans van de Verordening. Daarin staat dat buitengewone omstandigheden zich met name kunnen voordoen in geval van politieke onstabiliteit, weersomstandigheden die uitvoering van de vlucht in kwestie verhinderen, beveiligingsproblemen, onverwachte vliegveiligheidsproblemen en stakingen die gevolgen hebben voor de vluchtuitvoering van de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert. Niet in geschil is dat de zware sneeuwval op de luchthaven in Istanbul, waarop Turkish Airlines (uiteraard) geen invloed kan uitoefenen, kwalificeert als een buitengewone omstandigheid als bedoeld in artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening.
5.4.
Turkish Airlines heeft voorts aangevoerd en onderbouwd dat zij heeft gezocht naar vervangende vluchten naar Nairobi. Turkish Airlines is hiertoe ook verplicht op grond van artikel 5, lid 1 onder a in combinatie met artikel 8, lid 1 onder b van de Verordening, maar hiermee is nog niet inzichtelijk gemaakt dat Turkish Airlines in de gegeven omstandigheden zelfs met inzet van alle beschikbare materiële en personeelsmiddelen kennelijk niet heeft kunnen vermijden dat de sneeuwval in Istanbul tot annulering van de vlucht leidde. De passagiers hebben erop gewezen dat op de eindbestemming Nairobi geen sprake was van sneeuwval en dat Turkish Airlines de passagiers ook via een andere route de eindbestemming had kunnen laten bereiken. Turkish Airlines heeft dit niet betwist. Daarom is niet uitgesloten dat er via een alternatieve route naar Nairobi kon worden gevlogen, waardoor annulering van de vlucht van de passagiers voorkomen had kunnen worden. Turkish Airlines heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit niet mogelijk was en/of dat een dergelijke oplossing tot het brengen van onaanvaardbare offers in vorenbedoelde zin zou hebben geleid.
5.5.
Gelet op het voorgaande kan het beroep van Turkish Airlines op artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening als onvoldoende onderbouwd niet slagen. Nu Turkish Airlines voor het overige geen verweer heeft gevoerd, is de door de passagiers gevorderde compensatie tot een bedrag van € 1.800,00 wegens annulering van de vlucht op grond van artikel 5 lid 1 sub c in Pro verbinding met artikel 7 lid 1 sub b van Pro de Verordening dan ook toewijsbaar.
5.6.
Ten aanzien van het bedrag van € 64,30 die de passagiers - naar de kantonrechter begrijpt - op grond van artikel 9 van Pro de Verordening vorderen, wordt als volgt overwogen. Het Hof heeft bij het arrest van 31 januari 2013 in de zaak McDonagh / Ryanair (C 12/11) voor recht verklaard dat in geval van annulering van een vlucht wegens ‘buitengewone omstandigheden’ die lang aanhouden, de in artikel 9 van Pro de Verordening neergelegde verplichting tot verzorging slechts kan leiden tot terugbetaling van de bedragen die, gelet op de bijzondere omstandigheden van het geval, noodzakelijk, passend en redelijk bleken teneinde het verzuim van de luchtvaartmaatschappij om de verzorging van de luchtreiziger voor haar rekening te nemen, goed te maken. Turkish Airlines heeft aangevoerd dat zij de passagiers consumptievouchers ter waarde van € 15,00 per persoon heeft aangeboden. De passagiers betwisten deze consumptievouchers te hebben ontvangen. Wat daar ook van zij, naar het oordeel van de kantonrechter heeft Turkish Airlines hiermee in het onderhavige geval niet, althans onvoldoende voldaan aan de verplichting tot verzorging op grond van artikel 9 van Pro de Verordening. Ook het (eerst na daartoe door de passagiers te zijn aangeschreven) aanbod van Turkish Airlines een deel van de gemaakte kosten te vergoeden is onvoldoende. Aldus staat vast dat de passagiers recht hebben op betaling door Turkish Airlines van de door hen gemaakte kosten voor zover deze noodzakelijke, passende en redelijke kosten betreffen die de passagiers na annulering van hun vlucht voor eigen rekening hebben moeten maken omdat Turkish Airlines haar verplichting uit de Verordening niet is nagekomen. De kantonrechter oordeelt dat in de onderhavige situatie de door de passagiers gevorderde kosten voor twee volwassenen en één minderjarige aan boodschappen, eten en drinken op Schiphol en bel- en benzinekosten tot een totaalbedrag van € 64,30 als noodzakelijk, passend en redelijk kunnen worden aangemerkt. Dit bedrag is daarom op grond van artikel 9 van Pro de Verordening toewijsbaar.
5.7.
De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is als onvoldoende gemotiveerd weersproken toewijsbaar.
5.8.
De passagiers maken aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Deze zullen worden afgewezen nu niet is gesteld of gebleken dat de door de passagiers verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De kantonrechter acht de twee aanmaningsbrieven die zich in het dossier bevinden daartoe onvoldoende. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten moet daarom worden afgewezen.
5.9.
Turkish Airlines zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Daarbij wordt Turkish Airlines ook veroordeeld tot betaling van € 75,00 aan nasalaris voor zover daadwerkelijk de passagiers daadwerkelijk nakosten maken.

6.De beslissing

De kantonrechter:
6.1.
veroordeelt Turkish Airlines tot betaling aan de passagiers van € 1.864,30, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 maart 2017 tot aan de dag van de gehele betaling;
6.2.
veroordeelt Turkish Airlines tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 97,31;
griffierecht € 223,00
salaris gemachtigde € 300,00
6.3.
veroordeelt Turkish Airlines tot betaling van € 75,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de passagiers worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis;
6.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
6.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Candido, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter