Claimingo vorderde namens negen passagiers compensatie van British Airways wegens meer dan drie uur vertraging op een vlucht van Amsterdam naar Managua met overstappen in Londen en Miami. De passagiers hadden hun aansluitende vlucht gemist vanwege vertraagde bagage.
British Airways betwistte de vordering en stelde onder meer dat de Verordening (EG) nr. 261/2004 niet van toepassing is op het traject buiten de EU en dat de passagiers zelf verantwoordelijk waren voor het missen van de vlucht. Ook werd aangevoerd dat niet was aangetoond dat sprake was van één reisgenootschap.
De rechtbank oordeelde dat de Verordening wel van toepassing is omdat de vlucht vanuit Schiphol vertrok. Echter, Claimingo slaagde er niet in aan te tonen dat alle passagiers als reisgenootschap moesten worden beschouwd. Daarnaast was onvoldoende onderbouwd waarom de passagiers ervoor kozen op elkaar te wachten en daardoor de overstap misten.
Ten aanzien van de passagier zonder bagage werd geoordeeld dat geen compensatie toekomt omdat niet is aangetoond waarom hij de vlucht niet kon halen. De vordering werd daarom afgewezen en Claimingo werd veroordeeld in de proceskosten.