ECLI:NL:RBNHO:2018:8276
Rechtbank Noord-Holland
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot vergoeding kosten advocaat na wijziging sepotcode wegens te late indiening
Verzoeker diende een verzoek in tot vergoeding van advocaatkosten ten bedrage van € 2.459,39, gemaakt in verband met een verzoek tot wijziging van de sepotcode van een strafzaak wegens oplichting. De strafzaak was onherroepelijk geseponeerd op 3 juni 2016 wegens onvoldoende bewijs. Volgens artikel 591a Sv moet een dergelijk verzoek binnen drie maanden na het einde van de zaak worden ingediend.
De rechtbank stelde vast dat het verzoekschrift pas op 18 oktober 2017 werd ingediend, ruim meer dan een jaar na het einde van de zaak, en verklaarde het verzoek daarom niet-ontvankelijk. Daarnaast oordeelde de rechtbank dat de gedeclareerde werkzaamheden pas ruim vier maanden na het einde van de zaak waren aangevangen en alleen betrekking hadden op de motivering van de sepotbeslissing, waardoor geen directe samenhang met de strafzaak bestond.
De officier van justitie verzette zich niet tegen het verzoek, maar de rechtbank volgde dit niet. Verzoeker had tijdens de strafzaak geen advocaatbijstand gehad. De rechtbank wees het verzoek af en informeerde over de mogelijkheid tot hoger beroep binnen 30 dagen na betekening.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en onvoldoende samenhang met de strafzaak.