Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Bravilor Bonamat B.V.,
Rechtbank Noord-Holland
De werknemer, sinds 2000 in dienst bij Bravilor Bonamat B.V., verzocht de kantonrechter om herstel van haar arbeidsovereenkomst nadat haar functie van Assembly Assistent vanwege bedrijfseconomische redenen was komen te vervallen. Bravilor had de arbeidsovereenkomst opgezegd met toestemming van het UWV, dat na aanvankelijke weigering in een tweede procedure toestemming verleende.
De kantonrechter oordeelde dat Bravilor voldoende aannemelijk had gemaakt dat de functie van Assembly Assistent was komen te vervallen door organisatorische en technologische veranderingen gericht op kostenreductie en efficiëntieverbetering. De herplaatsingsmogelijkheden binnen een redelijke termijn waren onvoldoende, mede gelet op de functionele beperkingen van de werknemer en het ontbreken van passende vacatures.
De werknemer voerde procedurefouten bij het UWV aan en betwistte het vervallen van haar functie, maar de kantonrechter stelde vast dat deze punten niet doorslaggevend waren voor de toets op grond van artikel 7:682 BW Pro. Ook het verzoek om wedertewerkstelling en een billijke vergoeding werd afgewezen omdat geen sprake was van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever.
De kantonrechter wees het verzoek af en veroordeelde de werknemer tot betaling van de proceskosten. De beslissing werd op 15 augustus 2018 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek tot herstel van de arbeidsovereenkomst en toekenning van een billijke vergoeding wordt afgewezen.