Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem verleende een omgevingsvergunning voor het bouwen en gebruiken van 160 tijdelijke wooneenheden en vier cultureel maatschappelijke ruimtes voor tien jaar. Eisers stelden dat het project als stedelijk ontwikkelingsproject kwalificeert en dat de vergunning onrechtmatig is verleend zonder de vereiste uniforme openbare voorbereidingsprocedure.
De rechtbank stelde vast dat het project in strijd is met het bestemmingsplan, aangezien het perceel bestemd is als plantsoen, weg, water en sportterrein, terwijl het project woonfunctie introduceert. Tevens concludeerde de rechtbank dat het project inderdaad een stedelijk ontwikkelingsproject is in de zin van het Besluit milieueffectrapportage.
Verder oordeelde de rechtbank dat de omgevingsvergunning onrechtmatig is verleend omdat er geen verklaring van geen bedenkingen (vvgb) van de gemeenteraad is verkregen, terwijl dit voor een vergunning van tien jaar wel vereist was. De gemeenteraad was onterecht buiten de besluitvorming gehouden, waardoor belanghebbenden niet konden inspreken.
Gelet op deze procedurele en inhoudelijke gebreken verklaarde de rechtbank het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit, herroept het primaire besluit en bepaalde dat de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.