Eiseres was werkzaam als productiemedewerker op oproepbasis bij gedaagde van april 2015 tot april 2017 en is sinds februari 2017 arbeidsongeschikt. Zij vordert op grond van artikel 843a Rv afgifte van urenbriefjes en werkroosters om te kunnen beoordelen of de arbeidstijdenwet is overtreden, wat volgens haar heeft geleid tot haar arbeidsongeschiktheid.
Gedaagde voert verweer dat eiseres geen rechtmatig belang heeft en dat het verzoek neerkomt op een 'fishing expedition'. Tevens stelt zij dat de gevraagde stukken niet meer aanwezig zijn, omdat zij deze niet langer dan 52 weken bewaart. Ter zitting blijkt dat de urenregistratie via handmatig ingevulde lijsten plaatsvindt, die door werknemers worden gecontroleerd en waarover eiseres beschikt.
De kantonrechter oordeelt dat eiseres onvoldoende concreet belang heeft bij de gevorderde stukken, mede omdat zij zelf een schriftje bijhoudt met haar werktijden en de loonstroken correct zijn. De gevorderde stukken zijn bovendien niet meer in bezit van gedaagde en de vordering is te laat ingesteld. De vordering wordt daarom afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.