ECLI:NL:RBNHO:2018:7405

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
24 augustus 2018
Publicatiedatum
27 augustus 2018
Zaaknummer
AWB - 18 _ 652
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:20b AwbArt. 4:20c AwbArt. 8:55f AwbArt. 2:14 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling tijdige bekendmaking van omgevingsvergunning via elektronische weg

Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig bekendmaken van een van rechtswege verleende omgevingsvergunning. Hij betoogde dat hij niet op juiste wijze per e-mail was bereikt en dat geen bestendige praktijk van elektronische communicatie bestond.

Verweerder stelde dat de aanvraag tijdig was beoordeeld en dat de besluiten correct per e-mail waren verzonden naar het door eiser opgegeven e-mailadres. Ook wees verweerder op eerdere correspondentie en eerdere vergunningen die elektronisch waren toegezonden, waaruit een bestendige praktijk bleek.

De rechtbank stelde vast dat eiser in de jaren voorafgaand aan de aanvraag regelmatig per e-mail met de gemeente communiceerde, zonder ooit te hebben aangegeven dat hij niet via deze weg bereikbaar was. Ook het indienen van een zienswijzeformulier met e-mailadres impliceerde instemming met digitale communicatie.

De rechtbank concludeerde dat verweerder de besluiten op juiste wijze bekend heeft gemaakt via e-mail en dat de vergunning niet van rechtswege is verleend. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig bekendmaken van de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Alkmaar
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 18/652

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 augustus 2018 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. M.L.M. Frantzen),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Texel, verweerder

(gemachtigde: M. Oosterdijk).

Procesverloop

Eiser heeft op 15 februari 2018 beroep ingesteld tegen het niet tijdig bekendmaken van een van rechtswege verleende omgevingsvergunning.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 juli 2018. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1.1
Op grond van artikel 4:20b, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is, indien niet tijdig op de aanvraag tot het geven van een beschikking is beslist, de gevraagde beschikking van rechtswege gegeven.
1.2
Op grond van artikel 4:20c, eerste lid, van de Awb, maakt het bestuursorgaan de beschikking bekend binnen twee weken nadat zij van rechtswege is gegeven.
1.3
Op grond van artikel 8:55f, eerste lid, van de Awb, kan de belanghebbende tegen het niet tijdig bekendmaken van een beschikking van rechtswege beroep bij de bestuursrechter instellen.
2. Eiser heeft bij brief aan verweerder van 18 augustus 2017 een aanvraag gedaan om “een omgevingsvergunning aan ons te verlenen op grond van artikel 4, onderdeel 9, van Bijlage II van het Besluit Omgevingsrecht om ons recreatieappartement ook als zodanig te mogen gebruiken”. Verweerder heeft de aanvraag op 25 augustus 2017 gepubliceerd. Eiser heeft verweerder bij brief van 29 december 2017 in gebreke gesteld voor het niet tijdig bekendmaken van de van rechtswege ontstane beschikking tot verlening van de omgevingsvergunning.
3.1
Eiser betoogt dat verweerder niet (tijdig) op de aanvraag heeft beslist, althans het besluit niet op de juiste wijze aan hem heeft bekendgemaakt, waardoor de gevraagde omgevingsvergunning van rechtswege is verleend. Daartoe stelt hij dat hem geen correspondentie in reactie op de aanvraag heeft bereikt. Voor zover verweerder stelt dat hij de besluiten per e-mail aan eiser heeft verzonden, voert eiser aan dat hij niet kenbaar heeft gemaakt dat hij voor de reactie op zijn aanvraag langs elektronische weg voldoende bereikbaar is. Evenmin was sprake van een bestendige praktijk waaruit verweerder bereikbaarheid langs de elektronische weg kon afleiden.
3.2.1
Verweerder stelt zich op het standpunt dat hij tijdig op de aanvraag heeft beslist. Hij heeft eiser bij e-mailbericht van 12 augustus 2017 de mogelijkheid geboden de – onvolledige en niet op de juiste wijze ingediende – aanvraag aan te vullen en alsnog op de juiste wijze in te dienen. Omdat eiser niet (binnen de door verweerder gestelde termijn) heeft gereageerd op dat e-mailbericht, heeft verweerder bij e-mailbericht van 6 oktober 2017 het besluit gestuurd van diezelfde datum, strekkende tot buiten behandeling stelling van de aanvraag. De beide berichten zijn verzonden naar het door eiser opgegeven e-mailadres. Een melding dat de e‑mailberichten niet zijn ontvangen of onbestelbaar waren, is door verweerder niet ontvangen. Omdat de bekendmaking van het besluit van 6 oktober 2017 op de juiste wijze heeft plaatsgevonden, is van een omgevingsvergunning van rechtswege geen sprake, aldus verweerder.
3.2.2
Verweerder stelt aanvullend in het verweerschrift dat is gebleken dat eiser zelf regelmatig gebruik maakt van elektronisch berichtenverkeer in zijn communicatie met verweerder, hij op alle stukken zijn emailadres vermeld, hij er nooit eerder blijk van heeft gegeven op dat e-mailadres niet bereikbaar te zijn en ook nooit heeft aangeven daarop geen berichten van verweerder te willen ontvangen. Diverse eerdere berichten zijn ook aangekomen en in enkele gevallen ook beantwoord. Verweerder wijst in het bijzonder op de omgevingsvergunning van 25 september 2015, die via elektronische weg aan eiser is verzonden, en op het formulier waarmee de zienswijze in het kader van het bestemmingsplan is ingediend. Op dit formulier is aangegeven dat indien het emailadres is opgegeven, verdere correspondentie digitaal zal plaatsvinden.
3.3
Partijen zijn verdeeld over de vraag of verweerder al dan niet (tijdig) op de aanvraag tot het geven van een beschikking heeft beslist.
3.4
Op grond van artikel 2:14, eerste lid, van de Awb kan een bestuursorgaan een bericht dat tot een of meer geadresseerden is gericht, elektronisch verzenden voor zover de geadresseerde kenbaar heeft gemaakt dat hij langs deze weg voldoende bereikbaar is.
3.5.1
Weliswaar heeft eiser niet expliciet toestemming gegeven hem digitaal te bereiken ter zake van de aanvraag om omgevingsvergunning, naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser kenbaar heeft gemaakt langs elektronische weg bereikbaar te zijn, ook voor het bericht of de berichten waar het hier om gaat. Daartoe is van belang dat uit de door verweerder overgelegde correspondentie met eiser over de jaren 2015, 2016 en 2017 blijkt dat tussen eiser en de gemeentelijke diensten en organen, waaronder verweerder, steeds per e-mail is gecorrespondeerd. Desgevraagd heeft verweerder op zitting bevestigd dat de volledige correspondentie met eiser is overgelegd, wat door eiser niet gemotiveerd is weersproken. Aldus is naar het oordeel van de rechtbank in de desbetreffende jaren een bestendige e-mailpraktijk ontstaan.
3.5.2
De omstandigheid dat eiser het zienswijzeformulier en de brief van 18 augustus 2017 (de aanvraag) bij de Publieksbalie in het gemeentehuis heeft afgegeven, doorbreekt deze bestendige e‑mailpraktijk niet. Daarbij acht de rechtbank in het bijzonder van belang dat eiser in die twee stukken niet duidelijk heeft gemaakt dat hij niet langer via de elektronische weg voor berichten, dan wel deze berichten van verweerder bereikbaar zou zijn. Eerder is sprake van het tegenovergestelde, nu eiser met het opgeven van zijn e‑mailadres op het zienswijzeformulier heeft ingestemd met verdere communicatie langs de elektronische weg over dat onderwerp (het bestemmingsplan). Onder deze omstandigheden stond naar het oordeel van de rechtbank de aan een bestendige praktijk ontleende elektronische weg nog altijd open.
3.6
De rechtbank stelt op grond van hetgeen onder 3.5.1 en 3.5.2 is overwogen vast dat verweerder het e-mailbericht van 21 augustus 2017, waarin aan eiser de ontvangst van de aanvraag is bevestigd en waarbij eiser tot 2 oktober 2017 in de gelegenheid is gesteld de aanvraag aan te vullen en op de juiste wijze in te dienen, alsmede het besluit van 6 oktober 2017, waarbij verweerder eiser heeft bericht dat de aanvraag van 18 augustus 2017 niet in behandeling wordt genomen, op de juiste wijze heeft bekendgemaakt door toezending daarvan een het door eiser opgegeven e-mailadres. Nu verweerder binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag op die aanvraag heeft beslist, is van een van rechtswege verleende vergunning geen sprake.
4. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Ramondt, rechter, in aanwezigheid van mr. P.C. van der Vlugt, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 augustus 2018.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.