ECLI:NL:RBNHO:2018:706
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.C. Terwiel-Kuneman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering WW-uitkering wegens niet-verstreken opzegtermijn
Eiser vordert een WW-uitkering nadat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) deze heeft geweigerd op grond dat hij geen werknemer was omdat hij geen loon ontving. Daarnaast stelde UWV dat de opzegtermijn van de arbeidsovereenkomst niet was verstreken, waardoor eiser pas vanaf 1 oktober 2016 recht op WW had.
Eiser betwistte dat er sprake was van een schriftelijke opzegging of overeenstemming over beëindiging van de arbeidsovereenkomst en stelde dat de opzegging reeds in juli 2016 had plaatsgevonden. Hij verwees naar een e-mail van 1 augustus 2016 en een enveloppe met geld als bewijs.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de opzegging eerder dan 1 augustus 2016 had plaatsgevonden. De e-mail van 1 augustus 2016 werd gezien als het eerste bewijs van beëindiging. Omdat eiser niet ter zitting verscheen, kon zijn stelling niet worden bevestigd.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en blijft het besluit van UWV in stand dat eiser pas vanaf 1 oktober 2016 recht heeft op een WW-uitkering. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de weigering van de WW-uitkering wordt ongegrond verklaard omdat de opzegtermijn niet is verstreken.