Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2018:6977

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
8 augustus 2018
Publicatiedatum
8 augustus 2018
Zaaknummer
C/15/267578 / FA RK 17-7180
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:20e lid 1 BWArt. 1:251 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing stiefouderadoptie en behoud geslachtsnaam minderjarige

De rechtbank Noord-Holland heeft op 8 augustus 2018 uitspraak gedaan in een zaak betreffende een verzoek tot stiefouderadoptie van een minderjarige. De minderjarige is geboren uit een relatie tussen de moeder en de overleden vader, die het kind heeft erkend. De moeder is van rechtswege gezagsdrager.

De verzoeker is sinds 1 januari 2014 gehuwd met de moeder en woont met haar en de minderjarige in gezinsverband samen. Het verzoek tot adoptie is gedaan om de juridische band tussen verzoeker en de minderjarige te formaliseren, waarbij de minderjarige verzoeker als vader ziet. De moeder stemt in met het verzoek, en ook de familie van de overleden vader, waaronder een oom, ondersteunt het belang van de adoptie.

De rechtbank acht het verzoek toewijsbaar omdat aan de wettelijke voorwaarden is voldaan, de minderjarige instemt en het in zijn kennelijk belang is. De vader is overleden, waardoor de minderjarige niets meer van hem als ouder kan verwachten. De minderjarige behoudt zijn huidige geslachtsnaam, zoals door de ouders is gewenst. De rechtbank bevestigt dat gezamenlijk gezag bestaat tussen verzoeker en moeder.

De beschikking is openbaar uitgesproken en kan binnen drie maanden worden aangevochten door hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: Verzoek tot stiefouderadoptie van de minderjarige wordt toegewezen met behoud van de geslachtsnaam.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Sectie Familie & Jeugd
locatie Alkmaar
zaak-/rekestnr.: C/15/267578 / FA RK 17-7180
beschikking van 8 augustus 2018 betreffende éénouderadoptie (door de stiefouder)
in de zaak van:
[verzoeker] ,
wonende te [plaats] ,
hierna te noemen: verzoeker,
advocaat: mr. F.D. van Damme, kantoorhoudende te Beverwijk,
met betrekking tot de minderjarige:
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] te [plaats]
Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder.

1.Procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen op 1 december 2017;
- de brieven, met bijlagen, van de advocaat van verzoeker, ingekomen op 1 februari 2018 en op 28 februari 2018.
1.2
De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 26 juli 2018 in aanwezigheid van verzoeker, bijgestaan door mr. F.D. van Damme, en de moeder. Voorts is als informant ter zitting verschenen [informant] , de oom van [minderjarige] , vergezeld van zijn echtgenote [echtgenote] .
1.3
[minderjarige] heeft zijn mening kenbaar gemaakt in een gesprek met de kinderrechter, gehouden op 24 juli 2018.

2.Feiten en omstandigheden

2.1
De moeder en [de vader] (verder: de vader) hebben een affectieve relatie gehad, welke relatie eind december 2007 is geëindigd. Zij zijn nimmer gehuwd of geregistreerde partners geweest.
2.2
Uit deze relatie is [minderjarige] geboren. De vader heeft [minderjarige] erkend op [datum] . De moeder is van rechtswege belast met het gezag over [minderjarige] .
2.3
De vader is overleden op [datum] te [plaats] .
2.4
Verzoeker, de moeder en [minderjarige] wonen sinds 1 januari 2014 in gezinsverband met elkaar samen.
2.5
Verzoeker is op [datum] te [plaats] gehuwd met de moeder.

3.Beoordeling

3.1
Het verzoek strekt tot het uitspreken van de adoptie van [minderjarige] door verzoeker, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad. Daartoe is aangevoerd dat aan de door de wet gestelde vereisten is voldaan en dat de met het gezag belaste moeder het verzoek niet tegenspreekt. De adoptie is ook in het kennelijk belang van [minderjarige] . Doordat zijn vader is overleden staat vast dat hij niets meer van zijn vader in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft. Ter zitting is nog toegevoegd dat het besluit om [minderjarige] te adopteren weloverwogen is genomen. [minderjarige] ziet verzoeker als zijn vader en voor verzoeker voelt [minderjarige] als zijn zoon. Zij zouden dit graag formaliseren. Ook [informant] , de oom van [minderjarige] en de broer van de overleden vader en diens echtgenote zijn in dit proces betrokken. Ook zij achten de verzochte adoptie in het belang van [minderjarige] .
3.2
De rechtbank heeft op grond van de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht, de overtuiging dat de gevraagde adoptie in het kennelijk belang van [minderjarige] is. [minderjarige] wil dit ook graag. Gelet op het feit dat de vader is overleden, is komen vast te staan dat [minderjarige] niets meer van de vader in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft. Nu tot slot de moeder instemt met de adoptie van [minderjarige] en ook overigens aan de wettelijke voorwaarden is voldaan, is het verzoek voor toewijzing vatbaar.
3.3
[minderjarige] is het eerste kind tot wie verzoeker in familierechtelijke betrekking komt te staan.
3.4
Verzoeker en de moeder hebben er voor gekozen dat [minderjarige] de geslachtsnaam [geslachtsnaam] zal blijven dragen. [minderjarige] heeft bij het kinderverhoor laten weten dat hij dit ook wil.
3.5
De rechtbank overweegt aangaande het gezag over [minderjarige] - wellicht ten overvloede - het volgende. Verzoeker is gehuwd met de moeder en uit het systeem van de wet (artikel 1:251, eerste lid BW) volgt dat er in die situatie sprake is van gezamenlijk gezag van verzoeker en de moeder.

4.Beslissing

De rechtbank:
4.1
Spreekt uit de adoptie van de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , door verzoeker voornoemd;
4.2
draagt de griffier - op grond van artikel 1:20e lid 1 BW - op niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking - en indien daartegen geen hoger beroep is ingesteld - een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [plaats] .
Deze beschikking is gegeven door mr. M.E. Allegro, voorzitter, mr. L. Boonstra en mr. W.M. Schrama, allen kinderrechters, in tegenwoordigheid van A.M. Bergen, griffier en in het openbaar uitgesproken op 8 augustus 2018.
Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.